Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over de vijanden: als Zijn gerichten de vijanden treffen, blinkt Zijn gunst tegenover Zijn volk immers heerlijk uit.

Maar hoe moeten we dan aan met dat „ook ? Dat geeft immers den indruk, dat wij hier met een uiterste geval te doen hebben, — met een geval waarin verwachten van den Heere geen natuurlijke zaak is! Dat doet veeleer denken aan gerichten, waarmee de Heere Zijn eigen volk bezocht. Daarmede stemt overeen wat wij straks lezen in vs. 15, 16: „Gij hadt, o Heer! dit volk vermeerderd; Gij hadt dit volk vermeerderd; Gij waart heerlijk geworden; maar Gij hebt hen in al de einden des aardrijks verre weggedaan. Heere! in benauwdheid hebben zij U bezocht; zij hebben hun stil gebed uitgestort als Uwe tuchtiging over hen was! — Dan doet het ons echter vreemd aan, te hooren: „wij hebben ook in den weg Uwer gerichten, U, o Heere, verwacht." ,

Daarom willen wij in deze ure de aandacht aan deze dingen schenken, en een viertal vragen beantwoorden:

1 Hoe is het mogelijk, den Heere te verwachten, in den weg Zijner gerichten? II. Waaruit komt zulk verwachten voort? Hl. Hebben wij noodig, den Heere alzoo te

verwachten? IV. Mogen wij Hem alzóó verwachten?

Sluiten