Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

L

Hoe is het mogelijk, den Heere te verwachten in den weg Zijner gerichten?

Die vraag is zeker niet ongerijmd, maar komt als vanzelve op.

Den Heere verwachten, dat is toch niets minder dan op den Heere hopen. Wie op Hem hoopt, die ziet uit naar het oogenblik, waarop de Heere Zich aan hem openbaart als Jehova, als den trouwen God des Verbonds, die voor verloren menschenkin deren tot heil geworden is; naar het oogenblik dus, waarop de Heere hem in gunst aanneemt, om zijne ziel te verblijden met Zijne heerlijke gemeenschap.

En stel nu daartegenover: den Heere in den weg Zijner gerichten. Dan ziet ge den Heere bezig met gerichten, die Hij om der zonden Zijns volks wil over hen brengt. Dan ziet ge dat volk blootgesteld aan allerlei ellende, verdrukking door vijanden daaronder begrepen. Is het dan mogelijk, ook maar een oogenblik den Heere te verwachten, aan hopen op openbaring van eene genadige gezindheid des Heeren te denken? Waar „gericht" is, daar is immers toorn, daar is een Zich in gramschap afkeeren des Heeren van Zijn volk. Daar schijnt immers niets te hopen, maar alleen alles te vreezen. Wat daar gezien wordt, opent het uitzicht op niets anders dan verderf.

En tóch hooren wij hier menschenkinderen

Sluiten