Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kadnezar had Jerusalem ingenomen en met vuur verbrand, ook des Heeren Tempel in een puinhoop verteerd, en de massa des volks weqqevoerd naar Babel.

Zeventig jaren waren vervuld. De tijd, dien de Heere voor den duur Zijner oordeelen gesteld had. Babel was ten onder gegaan, de macht der Meden en Perzen er voor in de plaats gekomen. Cyrus of Cores had den Joden vergund, terug te keeren naar hun land, stad en tempel te herbouwen. De Heere had Zijn aangezicht weer gewend tot Zijn volk, want Hij had zulks den Perzischen koning in het hart gegeven.

Toch zag het er nog verre van rooskleurig uit De herbouw des Tempels was wel begonnen maar ondervond allerlei tegenheden. Eerst door de vijandschap van halfheidensche inwoners des lands, die door intriges aan het Perzische hof onophoudelijk poogden tegen te werken (Ezra 4 <

t—j ^ater Weer door dienstiJ"ver van den Landvoogd, die wel den bouw niet verbood, maar onderzoek verzocht in de staatsarchieven naar het door Cyrus verleende verlof, en dus de Joden onwillekeurig in spanning bracht. Wel waren in Jerusalem huizen gebouwd, mooie huizen zelfs hier en daar (Haggaï 1), maar de stad als geheel was nog een puinhoop. Bovenal: het volk was nog niet vrij, maar nog steeds onder vreemde overheersching. De tijd der Ballingschap was wel voorbij, maar overigens was alles bij het oude gebleven. De Messiaansche dag der

Sluiten