Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heeren niet vinden kunt, meent dat de Heere niet naar u omziet, dat Hij heel niet meer aan u denkt..., weet het, daar is ontferming bij dien God voor al wat ellendig is. Hij heeft gedachten des vredes over u. Hij heeft een hart voor u. Daar zijn innerlijke genegenheden, o zoo ruim en o zoo wijd, om u in liefde te omvatten en met heil te bezoeken.

Die innerlijke genegenheden zijn er. En hebben zij zich ook een tijd lang, ja langen tijd zelfs, ingehouden, zij zijn er toch; en zij zullen als uit den slaap ontwaken. Ze worden wakker geroepen, om zich werkzaam te betoonen aan allen, wier ziel dorst naar God, naar den levenden God; aan allen, die zuchten onder de tirannie der zonde, des doods en des duivels. Ge hebt het reeds vernomen, door Wien ze wakker geroepen worden. Gij vernaamt immers de stem Yfn den Engel des Heeren, van den Christus Gods: „Heere der heirscharen! hoe lang zult Gij u niet ontfermen...!" En daarop vernaamt ge ook het antwoord: „Ik ben wedergekeerd tot Jerusalem met ontfermingen."

Daaruit leert gij, hoe het er in den hemel voor u uitziet. Het is zooals de Apostel Paulus het uitspreekt in zijn triomfzang des geloofs: „Christus is het, die gestorven is; ja wat meer is, die ook opgewekt is, die ook ter rechterhand Gods is, die ook voor ons bidt."

Heerlijke zaak, die voorbede van Christus. Gij meent wel in uwen nood, dat gij alleen staat,

Sluiten