Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hooger mate — te moede, zooals het Mefiboseth moede werd op Davids woord: „Gij zult geduriglijk brood eten aan mijne tafel!" Hem moest toen de bekentenis van het hart: „Wat is uw knecht, dat gij omgezien hebt naar een dooden hond als ik ben!" Zoo zal het ook in hun hart leven en over hunne lippen komen: „Welk een Heiland zijt Gij, o Zoon des Menschen! Die uwe genade zóó als mij heerlijk maakt!"

IV

Hebben wij zoo den zin, den ernst en den troost leeren kennen van de verschijning van het teeken van den Zoon des Menschen, ons rest nu nog de aandacht te schenken aan hare gewisheid.

Daarop wijst ons wat de Heere Jezus zegt volgens vs. 32—35: „En leert van den vijgeboom deze gelijkenis. Wanneer zijn tak nu teeder wordt, en de bladeren uitspruiten, zoo weet gij, dat de zomer nabij is. Alzoo ook gijlieden, wanneer gij al deze dingen zult zien, zoo weet, dat het nabij is, voor de deur. Voorwaar Ik zeg u: dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn. De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijne woorden zullen geenszins voorbijgaan."

Als de toppen van den vijgeboom beginnen te vloeien en daardoor de bladknoppen malsch worden en zich gaan ontplooien, weet ieder, dat de zomer nabij is en daarmee de oogst genaakt.

Sluiten