Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij kwamen hem met een zekere blijdschap vertellen van Jezus, van diens prediking en diens wonderen, waarvan Lukas in het voorafgaande een en ander heeft vermeld. Van Zijne prediking van verlossing, maar ook van de groote daden Zijner hand in genezing van ziekten, in bevrijding van onreine geesten, in verbreking van de banden van den dood. Allemaal dingen, die boven het menschelijke uitgingen, die Johannes bevestigden in hetgeen hij getuigd had aangaande den „sterkeren" die na hem zou komen. Allemaal dingen, die zeiden: Hij is het!

Iviaar — onder welke omstandigheden ontving Johannes die boodschap van zijne discipelen? Uitdrukkelijk daarover spreken doet Lukas niet. Er is echter genoeg te merken aan hetgeen hij schrijft in vs. 19: „En Johannes, zekere twee van zijne discipelen tot zich geroepen hebbende, zond hen tot Jezus, zeggende: „Zijt Gij degene, die komen zou, of verwachten wij eenen anderen? Klaarblijkelijk is Johannes niet bij zijne discipelen en zijn zij niet bij hem. Het dagelijksche verkeer tusschen hen is afgebroken. Uit Mattheus Evangelie weten we waardoor: Johannes zat in de gevangenis. En dat niet om een misdrijf, maar omdat hij den Koning, Herodes, bij zijne zonde bepaalde, hem voorhoudend: „Het is u niet geoorloofd, uws broeders huisvrouw te hebben. Dus om der gerechtigheid wil. Omdat hij, zooals zijn ambt medebracht, uit was op de eere Gods en het heil van den naaste!

Sluiten