Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is, geheel in overeenstemming met de bedoeling welke God met ons heeft, met den Raad en het welbehagen Gods; een bidden, dat, zoo te zeggen, God uit het hart is gegrepen, dewijl het immers zijn welbehagen is, genade te verheerlijken bij een ellendig mensch, hulp te verschaffen in allen nood, hongerigen met goederen te vervullen. Het is een bidden, waarin altoos ligt opgesloten: „Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Uw wil geschiede!" Het is altoos een aangrijpen van de sterkte des Heeren, een putten uit de volheid Zijner genade, Zijns heils.

En daarbij komt nog dat de Geest voor „heiligen" bidt, d.w.z. voor zulke menschen, die Gode heilig zijn, die door den Heere uit louter genade afgezonderd zijn uit alle geslachten, om Hem een volk des eigendoms te wezen, om Zijne genade bij hen te verheerlijken. Zij hebben genade gevonden bij God, mogen zich verheugen in Zijne gunst. Daarom verstaat de hooge God die zuchtingen des H. Geestes voor hen, en zijn ze Hem aangenaam.

Die heiligen hebben als heiligen ook zeer bepaalde behoeften, overeenkomstig het doel, waartoe de Heere hen in Zijne ontferming geroepen heeft. Heeft onder ons menschen een goed verstaander een half woord noodig, de Heere in den hemel kan ook dat halve woord nog ontberen: een verborgen, onuitsprekelijk zuchten des H. Geestes doet Hem onmiddellijk de meening des Geestes verstaan, dewijl de

Sluiten