Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

buiten het zieleleven óm van dengene, die het uitsprak; het is een moment van groote beteekenis, van allesbeslissende beteekenis zelfs in zijn zieleleven. Het geeft hem rust temidden van alle slingering, waaraan ook hij onderhevig is. En daarom schrijft hij het met vrijmoedigheid en blijmoedigheid neer, opdat ook zijne lezers daarvan het genot mogen smaken voor hun eigen leven. En niet enkel zijne eerste lezers, de geloovigen des Heeren Jezus Christus te Rome, maar ook alle geloovigen van alle eeuwen. Met zijn „wij weten" ontsteekt Paulus een licht en zet hij dat ook in ons midden neer, opdat wij onder alle donkerheden ons in het schijnsel daarvan verheugen. Dat licht straalt ons tegen uit de kern van onzen tekst: alle dingen werken mede ten goede dengenen, die God liefhebben.

Gaat het u zooals mij, dan rijpen er, terwijl wij den Apostel dat met zooveel zekerheid hooren uitspreken, verschillende gedachten die wij om drie uitroepen willen groepeeren:

I. hoe gewaagd! II. hoe gewis! III. hoe versterkend!

I

„Wij weten, dat degenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede."

Als Paulus dat neerschrijft dan spreekt hij niet enkel voor zichzelven, maar sluit hij ook anderen in. Hij schrijft immers: „wij

Sluiten