Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hand zichzelven leven. Hij denkt aan zulken, die metterdaad God liefhebben, zoodat waarlijk God het middelpunt van hun leven is, zoodat zij aan Hem hangen met al de kracht hunner ziel, zoodat zij aan Hem genoeg en in Hem hunne vreugde hebben en daarom ook alleen Zijn wil laten gelden met verzaking van eigen lust en begeerte, zoodat zij ook door Zijne hand zich laten leiden, waar Hij hen ook voert, omdat zij zonder Hem niet kunnen leven. Het zijn menschen, die in God opgaan, zooals in een gelukkig huwelijk de man in zijne vrouw, de vrouw in haren man! *

Van hen zegt Paulus, dat hun „alle dingen medewerken ten goede". M.a.w., dat alles goed gaat, dat alles in de goede lijn loopt, wat hen ook overkomt. Het spreekt wel vanzelf, dat hem hierbij een bepaald doel voor oogen staat; een bepaald einde, waarop alles uitloopt. Want eerst het einde beslist over de vraag, of het goed ging of niet. Is het einde goed, dan blijkt dat alles ten goede meewerkte.

Dat einde kan niet anders wezen dan datgene, waarnaar, volgens Paulus' eigen getuigenis, al hun verlangen uitgaat. Het is het voorwerp van hun hoop: „de aanneming tot kinderen, de verlossing onzes lichaams, waarvan hij in vs. 23 gewaagd heeft, „de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden" uit vs. 18; m.a.w. de volkomen zaligheid, die Jezus Christus heeft aangebracht door Zijn verzoenend lijden en sterven;

Sluiten