Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nemen. En wat brengt dat niet in de ziel te weeg!

Dan klimt de nood. Bij den uitwendigen nood is eerst de inwendige gekomen. En die inwendige nood neemt toe, wannéér er in de omstandigheden geen verandering komt. Aanvankelijk dragen wij de moeite, afwachtend of God ook uitkomst geeft. Daarna komen er echter vragen:

zou God wel zou God niet ? Zou God

nog wel aan mij denken? Zou God niet in toorn ontstoken zijn? Ten laatste hellen wij over naar moedeloosheid. En als dan iemand komt spreken van „medewerken ten goede", dan kijken wij hem vreemd aan. Wat wij ondervinden wijst naar ons gevoel in heel andere richting: het ging immers met ons bergafwaarts, de toestand werd bedenkelijker. Als de lijn voortgezet wordt, waar loopt het dan op uit? Dan schijnt immers alles mede te werken ten kwade. God schijnt zich verre te houden, ja hoe langer hoe verder af te gaan. Voor ons eigen gevoel raken wij hoe langer hoe verder van Hem verwijderd. Omkomen schijnt dan het einde.

Als ge voor zulke ervaringen staat in eigen of anderer leven, zegt eens: zijt gij dan bereid, uw hand te zetten onder hetgeen Paulus in onzen tekst getuigt: „Wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede"? Dan lijkt het immers een geweldig waagstuk, dat wij maar liever niet moeten ondernemen. Wij kunnen veilig zóóver gaan, dat wij zeggen: „wij weten, dat vele

Sluiten