Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die maar niet. . .! Is dat echter met de waarheid in overeenstemming? Moeten we niet, wanneer we staan voor den kenner der harten, aan ons zeiven denken?

Zijn wij werkelijk „eensgezind onder elkander" in dien zin, dat ieder van voor anderen zoekt datgene, waarop hij voor zichzelven uit is? Ach, hoe vaak komt het voor, dat wij eigenlijk doodsbenauwd zijn, dat een ander ons licht zal betimmeren en wij daarom liefst niet willen, dat hij krijgt wat wij hebben en daarom hem onthouden wat wij weten!

Staan wij heelemaal niet naar de hooge dingen? Naar het uitwendige misschien niet. Het kan zijn, dat een buitenstaander den indruk krijgt, dat eer en aanzien, invloed en macht ons koud laten. En toch — wij achten ons ook wel eens gepasseerd, nietwaar? Wij leveren daarmee echter het bewijs, dat wij er niet ongevoelig voor zijn! En als wij ons gepasseerd achten, is er onvrede in ons eigen binnenste, die ons belet, zekere personen met een vriendelijk oog te beschouwen.

Voegen wij ons altoos tot de nederigen? Als we eerlijk zijn, moeten we wel bekennen dat een onaanzienlijke plaats ons lang niet altoos behaagt, dat wij wel eens met jaloerschheid zien op anderen, wien belangrijker arbeid wordt toevertrouwd of die meer worden gewaardeerd. En komt het ook niet voor, dat wij liever niet in te nauwe aanraking komen met lieden van een-

Sluiten