Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te houden. Toen Paulus dat woord over dood en graf neerschreef, heeft hem wel voor den geest gespeeld wat we lezen in Hosea 13: 14: „Ik zal hen van het geweld der hel verlossen; ik zal ze vrijmaken van den dood; o dood! waar zijn uwe pestilentiën? hel, waar is uw verderf?" Als wij daaraan denken, zijn wij geneigd den „prikkel" te verstaan in den zin van den verderf brengenden angel. Maar Paulus heeft klaarblijkelijk van Hos. 13:14 een zeer vrij gebruik gemaakt. En in het verband van onzen tekst past evengoed het beeld van den prikkel des landmans. Misschien nog beter, omdat de dood als een persoon wordt voorgesteld. Met zijn prikkel heeft de dood de menschen in de macht, zooals de landman zijne ossen. Waren die balsturig, achteruitslaande, dan hield de ploeger een langen stok met scherpen punt achter de beesten, zoodat de poot daarmee in pijnlijke aanraking kwam; dan was het verzet gebroken en de landman stuurde de dieren naar zijnen wil. Zoo doet ook de dood met zijn prikkel. Daarmede onderwerpt hij ons, menschenkinderen, aan zijne macht. Wij vermogen niets tegen hem. Wij moeten den weg op, waarop hij ons leidt: naar het graf. Zoo bezorgt de dood met zijnen prikkel aan het graf de overwinning: de eene voor en de andere na — het eene geslacht na het andere — verzinkt in de donkere groeve.

Die prikkel des doods is de zonde.

Aan de zonde hebben wij 't te danken, dat

Sluiten