Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hem niet houden, aan Wien alles gerechtigheid en heiligheid was, één stuk gelijkvormigheid aan Gods heilige Wet, één stuk toegewijd zijn aan den levenden God. Zóó roept de herrezen Jezus, die Zichzelven levende aan de Zijnen op de aarde vertoond heeft veertig dagen lang, en die nu in den hemel leeft aan de rechterhand Gods, den dood toe: „Waar is uw prikkel?" en aan het graf: „waar is uwe overwinning?" Weg zijn ze, voor eeuwig.

Daarop ziende, roept Paulus uit: „Gode zij dank, die ons de overwinning geeft door onzen Heere Jezus Christus." In Zijne overwinning ligt onze overwinning besloten. Juist omdat het de overwinning is van Hem, die de namen Jezus Christus draagt: die de Zaligmaker is, door God gezalfd tot uitvoering van diens genaderaad voor zondaren. Jezus Christus staat daar als de Middelaar Gods en der menschen. Hij staat daar niet voor eigen persoon, maar als Plaatsbekleeder van verlorenen. Daarom is Hij „de eersteling dergenen, die ontslapen zijn" (vs. 20). De eersteling van een grooten oogst. Achter Hem staat de gansche menigte, die in Hem ontslapen zijn en nog zullen ontslapen. Voor hen heeft Hij den dood gesmaakt. Voor hen is Hij uit den doode herrezen. Hij, de laatste Adam, is geworden „tot een levendmakenden geest". Hij deelt Zijn leven mee aan de Zijnen. Ter bepaalde ure wordt het openbaar. In de toekomst van Christus, als Hij verschijnt in Zijne heerlijk-

Sluiten