Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid. Dan slaat de bazuin, ter aankondiging van indrukwekkende gebeurtenissen. Hun graven gaan open. Uit de aarde rijzen zij op, in een lichaam, opgebouwd uit het lichaam, waarin zij hierbeneden hebben geleefd, maar nu dragend het beeld van den tweeden mensch, welke is de Heere uit den hemel, d.i. in verheerlijkten staat, zooals Christus in heerlijkheid is (vs. 47—49), zoodat er ook aan hunne lichamen geen enkel gebrek zal worden gevonden, maar alles daaraan volmaakt zal wezen.

Gij weet, dat de Apostel ook nog van een anderen weg tot dezelfde uitkomst gewaagt.. Wij lezen immers in vs. 51: „Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden". De toekomst van Christus verschijnt plotseling, valt dus in midden in den gang der wereldhistorie en van het menschelijke leven. Daar zullen er op dat oogenblik leven, die Christus toebehooren. Bij hen komen dood en graf niet eens aan het woord. Met hen zal eene „verandering" plaats hebben. Want „vleesch en bloed", de mensch zooals hij reilt en zeilt, kan het Koninkrijk Gods niet beërven! Hoe die verandering toegaat, is een geheimenis. Maar dit is zeker: het is een verwisselen van de verderfelijkheid voor de onverderfelijkheid, het sterfelijke doet onsterfelijkheid aan. Zóó wordt ook bij hen bereikt wat opstanding uit de dooden den ont-

Sluiten