Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die werk Gods is; een werk, waarbij volgens Romeinen 6 de dood en de opstanding van Jezus Christus de spil vormen, waar alles om draait; een werk, van het begin tot het eind alleen in en door den gekruisigden, maar ook verrezen Christus gewrocht.

Zoo staat het ook met den schrijver van den Brief aan de Hebreën, hij zij dan Paulus, zooals men oudtijds vrij algemeen aannam, of — zooals heden ten dage de heerschende meening is — Barnabas of Apollos.

Aan een werk van den mensch, dat door den mensch moet verricht worden, zal hij den Heere zien, heeft hij allerminst gedacht, wanneer hij van „heiligmaking" spreekt. Denkt maar aan hetgeen wij straks uit Hebr. 10 hebben gelezen, waar „de ingang in het heiligdom" wordt gepredikt als te danken aan „het bloed van Jezus" (vs. 19), waar de heiliging wordt toegeschreven aan „het bloed des Testaments", dat geen ander is dan het bloed van Jezus (vs. 29); waar dus ook in de zaak der heiliging of heiligmaking Jezus Christus in het middelpunt staat, zoodat alles aankomt op het geloof in Hem! Daardoor reeds is ten eenenmale uitgesloten, dat hij, schrijvende: „Jaagt de heihgmaking na, zonder welke niemand den Heere zien zal," bedoeld zou hebben: zoekt met inspanning van alle krachten u zeiven op te werken tot volbrengen van Gods geboden.

M aar hij heeft het hier zelfs heelemaal niet

Sluiten