Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hemel. In deze duistere gangen flikkert héél spoedig een mes en een kreet wordt ras gedoofd. Gevaar.

Niet alleen voor hem, die zijn tijdelijk heil zoekt in opium, doch ook voor hem, die uit journalistieke of niet beroepsfahige nieuwsgierigheid hier ronddwaalt.

In deze sloppen schijnt alle leven te eindigen. De schaduwen drukken alles wat beweegt, dood tusschen hun lange grijparmen.

Bewoog daar niet een deur? Gleed daar niet een slot dicht? Gevaar!

De stilte wordt niet meer verbroken. De duisternis en de stilte heerschen weer in 't slop, waar we ademloos wachten, wèl-wetend dat hier meer leeft en gist dan men op 't eerste gezicht ziet. Dan sluipt weer een dier lichtschuwe gestalten aan, langzaam, soms even in een lichte plek maneschijn wit-opvlekkend! of waar een lantaarn langzaam doodbrandt.

Hier in dit smerige slop is een kit. Een pezige, bruine hand, nerveus bewegend en met de nagels rood weggevreten op de vingertoppen, klauwt om den rand van de kree, soms deze openhoudend, zoodat een klant langs kan schuiven. Hier wordt het heulsap verkocht — hier wordt klandestien het gif gesleten, dat ziel en lichaam verderft. Dat een korten droom opent en wijde perspectieven... voor een oogenblik.

De bruine klauw verdwijnt en we krijgen gelegenheid om binnen te gaan. Met wijd-gestrekten arm werpen we de deur open; wachten dan een oogenblik, als instinctmatig min of meer bevreesd voor wat in het duister daarachter verborgen kan zijn. Dan lokt toch wéér het onbekende daarachter en we gaan naar binnen, vlak achter elkander loopend. Duisternis en een enkel spetterend lichtje dat af en toe even opgloort.

En dan maakt zich langzaam los uit zijn omgeving de baas, de stiekeme kithouder. Want de opiumverkoopplaats, waar we nu binnen zijn gekomen, is een z.g. „kit gelap" en binnentredenden worden steeds uiterst voorzichtig opgenomen.

Hij komt, sluipend, kruipend bijna, naderbij, met vreezende, onderdanige, loerende oogen. Deze man heeft de houding van een aap. Zijn armen zijn onnatuurlijk lang en zijn vingers zijn gekromd als die van een aap.

Als de beroemde Shylock-figuur van Bouwmeester staat hij voor ons tegen het donker en stoot iets uit, dat evengoed een vervloeking als een groet beteekenen kan.

Sluiten