Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

factor is de godsdienst daarbij zeker niet geweest. Daarvoor is de godsdienstige belangstelling b.v. in Midden-Java te lauw. Ook ziet men, dat een zoo fanatiek tnohammedaansch maar tegelijkertijd ook verder hartstochtelijk en emotioneel volk als de Atjehers, minder dan eenige andere stam in den Archipel, afkeerig is van jenever. Goede Mohammedanen in Indië vérsmaden volstrekt niet den koppigen, gegisten palmwijn. Als men constateeren moet dat de neiging tot dronkenschap onder de volken van NederlandschIndië — mohammedaansch of niet — over het algemeen zeer gering is, dan moet men dit wel degelijk toeschrijven aan een bijzonderen aanleg tot matigheid.

Waren er geen Chineezen in Indië, dan zou waarschijnlijk ook het opiumvraagstuk aanzienlijk gemakkelijker zijn op te lossen dan nu het geval is.

Men bestrijdt het opiumgebruik door prohibitieve prijzen voor het regie-opium, door opiumverbod in bepaalde streken van den Archipel, door het eischen van persoonlijke licenties voor den kooper in „open" streken, en verder door bepalingen betreffende verkoop en verbruik in de weinige groote centra, waar licenties met worden geëischt. In die groote centra kan iedere Inlander of Chinees — maar geen Europeaan! — in de verkoopplaats van de regie een hoeveelheid krijgen tot een maximum van weinige grammen. Zijn naam wordt daarbij in een register ingeschreven. Niets belet echter den man den volgenden dag weer dezelfde hoeveelheid te koopen, die in ieder geval reeds veel te groot is voor persoonlijk gebruik. Wordt bij iemand grooter hoeveelheid dan het geoorloofde maximum (25 matta) gevonden, dan is hij strafbaar.

Het licentiestelsel in het land buiten de centra beperkt de hoeveelheid, die de consentbezitters binnen een bepaalden termijn kunnen koopen. In theorie rantsoeneert deze regeling het gebruik. Daarvan komt echter vaak weinig terecht, niet alleen doordat er heel wat gesmokkelde opium op de markt komt, maar ook doordat men zich op legale wijze bij de verkoopplaatsen der regie in de vrije" centra van aanvulling kan voorzien. Dat is slechts een kwestie van geld; wel echter van veel geld, daar ^t regje-oplum, naar ik meen, op een verkoopprijs van ongeveer f 1000 per kilo komt. Zelfs een bescheiden gebruik loopt voor een Inlandsch budget reeds zeer in de papieren. Voor vele Chineezen is dit echter met het minste bezwaar. 4 - 1

Sluiten