Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geslachtsziekten in verband met het gebruik van opium

door Prof. J. A. Verbünt.

Sinds vier jaar heb ik de leiding van de klinische afdeeling voor huid- en geslachts-ziekten van de C. B. Z. te Batavia. Elk jaar worden daar ruim 800 patiënten opgenomen. Het overgroote deel van deze opgenomenen lijdt aan venerische ziekten. Zijn er onder deze patiënten .gebruikers van opium, dan ontsnappen deze vermoedelijk nooit aan onze aandacht, daar zij ons zelf op hun gewoonte wijzen met het doel, op zaal op een of andere wijze opium te krijgen. Toen ik du eens naging, hoeveel van deze opiophagen wij per jaar verpleegden, bleken er dat steeds minder dan 5 in het jaar te zijn. Geen van deze patiënten heeft ons ooit genoopt tot biezondere maatregelen om, mogelijk door opium aangerichte schade, tot herstel te brengen, m.a.w. geen dezer patiënten bood, naast de ziekte waarvoor hij opgenomen werd, een complex van, symptomen, dat moest worden gezien als veroorzaakt door gebruik van opium. De ziekten, waaraan deze menschen leden, gaven, door ontbreken van pijn of van diepe depressie, geen aanleiding tot het gebruik van opium, met uitzondering van een enkelen lijder aan lepra, die door groote verwaarloozing van zijn ziekte invalide werd en in deerniswekkenden toestand verkeerde, zonder nochtans aan pijn te lijden. Al deze lieden, behoudens dan die uitzondering, gebruikten al opium, voordat zij de ziekte kregen waarvoor zij werden opgenomen. Met kleine hoeveelheden opium waren deze menschen op zaal tevreden, nooit kreeg ik iets te zien van de z.g. ontwenningsverschijnselen.' Daar mijn dienst op zaal de eenige wijze is, waarop ik met opiumgebruikers in aanraking kom, moet ik me, gelet op het kleine aantal waarnemingen, onthouden van elk oordeel tfver het gebruik van opium. Wel meen ik te mogen opmerken, dat het gebruik van opium onder hen, die door leeftijd, omstandigheden en karakter neigen tot het krijgen van venerische ziekten zeer gering mag worden genoemd. Dat dit in den loop der jaren kan veranderen is zeer goed mogelijk, doch thans kan ik uit mijn waarnemingen geen ander besluit trekken,

Batavia, 15 September 1931.

Sluiten