Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De opiumrecherche heeft in hoofdzaak te maken met lieden van min of meer slecht allooi. Schuivers, smokkelaars, het lagere varend personeel der schepen, e.d., zijn doorgaans de berichtgevers. Hier geldt het, zou men geneigd zijn te zeggen, meer dan overal elders: „Met dieven (smokkelaars) vangt men dieven (smokkelaars)". De geheele berichtgeving toch berust voor een groot deel op verraad. Concurrentievrees, broodnijd, of de één of andere oude veete, vormen gemeenlijk de aanleiding tot zulk verraad. Het lagere opiumrecherche personeel nu, dagelijks in contact staande met degeneré's als de verslaafde opiophagen en smokkelaars in doorsnede zijn, moet heel vast op zijn beenen staan, wil het niet vroeg of laat voor de verleiding bezwijken. En helaas komt het laatste wel eens voor. Men zal dan ook verstandig doen zich niet te vleien met de gedachte, dat, dank zij de wellicht verscherpte bewakingsmaatregelen der laatste jaren, er niets meer clandestien wordt binnengesmokkeld. Zulks zou werkelijk neigen naar onverantwoordelijk optimisme.

Eerder werd reeds opgemerkt, dat door de Regeering als voornaamste middel tot geleidelijke beperking en bestrijding van het opiumgebruik eens werden beschouwd de toepassing van een licentiestelsel en de verhooging der regie-prijzen. Van het eerste is Zij sedert afgestapt. De prijsverhooging had echter mede tot ongewild gevolg een opleving van den sluikhandel, want hoe hooger hier de regieprijs is, hoe meer er aan den smokkelhandel verdiend kan worden. Met de tegenwoordige bezetting door afdeelingen opiumrecherche kan een intensieve bestrijding van dien handel niet verwacht worden. Wel werd bij Gouvernements besluit van 14 Maart 1927 No. 22 bij het Hoofdkantoor van den dienst der Opiumregie in dienst gesteld een afdeeling „Centrale dienst der Opiumrecherche", staande onder den Hoofdinspecteur der Opiumregie, die is aangewezen als centraal orgaan voor de uitwisseling van gegevens betreffende aanhalingen van opium en andere verdoovende middelen en cocabladeren, welke jaarlijks moeten worden ingediend aan het Permanent "Centraal Comité, ingesteld krachtens artikel 19 van het op 19 Februari 1925 te Genève gesloten verdrag, waardoor ook onderlinge samenwerking der verschillende afdeelingen opiumrecherche beter kon plaats hebben en ook centraal worden geleid, doch de vorengeschetste bezwaren der personeelsbezetting, als daar zijn: lage bezoldiging, vaak ongeschoolde krachten en gebrek aan krachten, werden door de in-

Sluiten