Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de door de regie te verkoopen hoeveelheid) de verkoop van het verdoovend middel anders dan voor geneeskundige doeleinden na een tijdperk van 10 jaren zou worden gestaakt.

Bij de regeering in Nederlandsch-Indië bleken bezwaren te bestaan tegen de navolging van dat voorbeeld. Intusschen was ook in de Tweede Kamer der Staten Generaal een o.i. belangrijke richtlijn aangegeven, om tot de stopzetting van de verkrijgbaarstelling te geraken, namelijk: de stelselmatige vermindering van de voor verkoop bestemde hoeveelheden.

Volgens het bericht van den directeur der douanen en regie te Hanoi had de stelselmatige beperking van den verkoop reeds in 1920 het resultaat, dat de gedebiteerde hoeveelheid in dat jaar ± 48% minder bedroeg dan in 1916.

Echter werd in 1927 uit Fransch-Indo-China het bericht ontvangen, dat de maatregel als gevolg van de bedenkelijke toeneming van den sluikhandel geen doel getroffen had.

Hoe daar de bestrijding van den sluikhandel heeft plaats gehad, is echter niet bekend.

Toen in 1927 vernomen werd, dat ook de Britsch-Indische regeering een dergel ij ken maatregel als in Fransch-Indo-China had getroffen, vreesde de dienst der opiumregie, dat er stagnatie zou ontstaan in de voorziening van ruw opium uit Bengalen, en wijl de beperking van de verkrijgbaarstelling voor Nederlandsch-Indië nog niet mogelijk werd geacht, stelde de Indische regeering een commissie in, om in Perzië en Turkije een onderzoek in te stellen naar den papaverteelt en den opiumhandel.

In 1920 — het jaar van de oprichting der Algemeene Nederlandsch-Indische Anti-Opiumvereeniging en van de opheffing van het anti-opium-hospitaal te Batavia —, toen het debiet van het regie-opium was gestegen tot een hoeveelheid, hooger dan die van het jaar 1914 (het eerste jaar, waarin gedurende een vol jaar uitsluitend door de regie werd verkocht), was er voor den dienst aanleiding voor de vraag, „of de tegenover het opiumvraagstuk tot nu toe gevolgde gedragslijn wel juist geweest is".

Verschillende beschouwingen werden daaraan vastgeknoopt (over de waardevermindering van het geld, over de verhooging van de loonen, de reeds hooge opiumprijzen, de vrees voor sluikhandel), en men zocht het middel tot beperking van het opiumgebruik niet in de daarvoor aangewezen rechtstreeksche maatregelen, maar in de verhooging van de opiumprijzen en de uitbrei-

Sluiten