Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Opiumbestrijdingscommissie.

In 1918 werd ingesteld de „Opiumbestrijdingscommissie", welke tot taak heeft de Regeering doorloopend inzake de bestrijding van het opiummisbruik hier te lande van advies te dienen. Het hoofd van den dienst der Opiumregie is ambtshalve voorzitter, het onderhoofd van dien dienst plaatsvervangend voorzitter. Beide hoofdambtenaren zijn tevens lid dier commissie. Verder bestaat zij thans uit 2 Europeesche, 3 Chineesche en 3 Inlandsche leden.

In de vergaderingen der commissie worden de leden in kennis gesteld met alle bijzonderheden betreffende den loop van het debiet der Opiumregie, den omvang van den sluikhandel, de bestrijding van het opiumgebruik enz. en worden alle aan de Regeering voor te stellen maatregelen van eenig belang, verband houdende met de opiumbestrijding, besproken; zij dient terzake zoo noodig van advies.

Anti-opiumvereenigingen.

Pogingen van particuliere zijde om het opiumkwaad te bestrijden ondervinden den steun van de Regeering.

Jaarlijks worden subsidies toegekend aan vereenigingen, welke zich de bestrijding van het gebruik van opium ten doel stellen. Voor de te Batavia gevestigde Anti-Opium Vereeniging, de Nederlandsen-Indische Groot-Loge der Internationale Orde van Goede Tempelieren en de Nederlandsch-Indische Anti Opium Vereeniging te Bandoeng bedroegen de voor 1930 voor propagandadoeleinden toegekende subsidies onderscheidenlijk ƒ 5000.—, ƒ 1500.— en ƒ 4700.—, voor 1931 respectievelijk ƒ 7250.—, ƒ 7500.— en ƒ 2000.—.

Voor steun aan anti-opium vereenigingen wordt reeds sedert jaren op de begrooting jaarlijks een som van ƒ 25000.— uitgetrokken.

Behalve deze subsidies voor propagandadoeleinden, worden hieruit sinds dit jaar ook bestreden geldelijke tegemoetkomingen aan beide vorengenoemde anti-opiumvereenigingen voor het verleenen van „nazorg" aan als genezen ontslagen opiumpatiënten in doorgangshuizen. De hiervoor toegekende subsidie wordt maandelijks verleend en berekend over het aantal als genezen ontslagen opiophagen aan wie en over het aantal dagen gedurende welke in de voorafgegane maand onderdak en onderhoud is verleend, met dien verstande dat die subsidie ten hoogste een gulden per persoon en per dag bedraagt en zich niet uitstrekt tot verpleegden, die langer dan twee maanden in een doorgangshuis vertoeven.

Sluiten