Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Islam, Opiumbestrijding en kans van slagen

door Hadji A. Salim, Hoofdredacteur „Mustika".

U heeft mij een bijdrage verzocht voor een anti-opium geschrift, dat Uwe vereeniging gaat uitgeven. En hoezeer mijn tijd bezet i», gelijk U weet, heb ik geene vrijheid kunnen vinden mij aan die opgelegde taak te onttrekken. Want het betreft een plicht, welke de godsdienst, dien ik belijd, de Islam, mij imperatief oplegt.

Immers er staat geschreven, dat de geloovigen tot plicht hebben tot het goede op te wekken en het kwaad tegen te gaan (Quran, Hoofdstuk III vers 104). Zelfs wordt dit, naast het geloof aan den eenigen God, als voorwaarde gesteld, waardoor de geloovige zich van anderen onderscheiden moet (ibid. v. 114). In hoofdstuk IX vers 72 wordt dat gebod op dezelfde lijn gesteld als het verrichten van den ^aiat — de aanbidding van Allah —, het geven van de Zakat — de zuiveringsbelasting van het vermogen — en de gehoorzaamheid aan Allah en zijn Gezant, waardoor de geloovige Allah's zegen verwerft.

Weer in het hoofdstuk III leert de Quran dat ook onder de belijders van andere openbaringsgodsdiensten — (lieden des BoekS, noemt ze de Quran) — oprechte lieden zijn, die in God gelooven ert den jongsten dag; die opwekken tot het goede en het kwaad bestrijden, en die zich beijveren goede daden te verrichten, en aan wie vergolden zal worden, al wat zij aan goeds doen.

Verder bevat hoofdstuk V vers 3, het gebod, aan de Muslims, dat zij zullen samenwerken in goede en vrome werken, zelfs mei dezulken, die hun (den Mttslims) voor het bereiken van een heilig doel, in den weg staan. U ziet het, dat zonder de minste exegese, de woorden van Allah in den Quran het imperatieve gebod voor mij bevatten om mede te werken aan Uw arbeid.

De bestrijding van het opiumgebruik immers, is zónder eenigen twijfel de bestrijding van een kwaad. Hoewel opium niet met name

j

Sluiten