Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zooals in de „Opiumpremiebepalingen" wordt aangeduid. Deze premie zou ophouden, wanneer het smokkelen geheel ophield.

Het aangehaalde opium komt weer het gouvernement ten goede, dat het tegen eigen prijzen weer kan verkoopen. In dit verband rijst de vraag of deze aangehaalde hoeveelheden ook verschijnen in de statistieken, welke voor de Internationale controle worden aangelegd.

Men ziet dat drie groepen voordeel hebben van smokkelarij.

De zaak zou heel anders worden, wanneer met behoud van de controle en registratie van gebruikers en doses, zooals die thans bestaat, de prijs van het regie-opium belangrijk werd verlaagd, en de factor winstmakerij werd uitgeschakeld.

Smokkelen zou heel wat minder aantrekkelijk wezen, doordat het risico te groot zou worden in verhouding tot de te verwachten winsten. In het bijzonder zou het dit zijn, wanneer op het aanhouden van de smokkelaars zelf een premie gesteld werd, in plaats van het aanhalen van het opium alleen. En de wil der overheid om aan het kwaad een einde te maken zou in kracht toenemen.

Helaas verzet zich tegen deze oplossing klaarblijkelijk de financieele politiek. Uw strijd tegen het opium, alsook tegen de drank, eischt dus gebiedend Uwe belangstelling ook voor dezen kant der zaak.

De kant, die in het koloniale stelsel überhaupt de voornaamste plaats inneemt.

Doch een beschouwing daarover zou buiten het raam vallen van het geschrift waarvoor U een bijdrage heeft gevraagd. Ik voel dus, dat ik hier moet eindigen.

Djocjakarta, 26 October 1931.

Sluiten