Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEDICHTEN, a. Nederland.

J. B. Schepers: Bragi. — Alwin.

Maurits Uyldert: Naar het leven. — De Tuinen van Liefde en Dood. —

Het lied van de zeven hemelen. A. F. A. Heyting: Verzamelde gedichten. — Groot Liederboek. — Karei

ende Elegast.

Willem van Doorn: 'n Tuin op 't Noorden. — De late zomer van Michiel Dietvorst.

J. W. Schotman: Ons Brandend Leven. — Van de wankele morgen. — Der geesten gemoeting. — Het vermolmde Boeddha-beeld. — De dans der demonen.

J. K. Rensburg: Wereldbouw.

Mea Mees—Verwey: Golfslag.

Henri Bruning: De sirkel.

Anton van Duinkerken: Orider Gods ogen. — Lyries Labyrinth.

Geert Pijnenburg: Apostel.

Gerard van Suylestein: Verzen] van een vinder.

Leo van Breen: Wat de zee aanspoelde.

Adolf ter Haghe: Uit Ravijnen omhoog.

Ben Oni: Verzen aan God.

P. Chr. Kops: Dante's Goddelike Komedie (in verzen vertaald).

b. Vlaanderen.

Pol de Mont: Gedichten. — Zomervlammen.

Wies Moens: De Boodschap. — De Tocht. — Opgangen. — Negen

taferelen uit het leven van S&Ö Franciscus. Paul van Ostayen: Bezette stad. — Gedichten. Victor J. Brunclair: De dwaze Rondschouw.

André M. Pols: Metriese vertaling van Der Rosenkavalier. — Het lied

van de krijgsbende van Igorj. Jos. Henkens: Voor de Mensen. Willem van den Aker: Wijdings-Muziek der sferen. André Demedts: jasmijnen. Maurits de Doncker: Gedoofde vuren. W. Rombauts: Het koele land. Frank van de Wijngaert: Kaleidoscoop. Maurits Heiman: Het beukende leven.

Sluiten