Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONDER DE LAMPEKAP Het blozende rozetoode licht Kijkt, als 'n jolig jongensgezicht,

In heel mooie kunst-paperassen, Die oude lieve letters gaan Nu zoo lodderig eenzaam staan

En maken zoo poovre grimassen 1

Een nevel is over ze geweld, Als op het bleeke weeke veld

Van golvige scheemrende klaver, Als uit een rimpligen bloembol Groeit midden uit mijn hart een vol

Lied als een gloeiende papaver!

Kameraden! de mooie muziek Van een malende molenwiek -

Jouw gierende wijs wil ik vangen: Spreidt mijn bevende vingers uit Op die helle gillende fluit! - -

Ik zing van jouw strijd 1 jouw verlangen!

MAART Nou is de Winter weggeruimd,

Die aan de aard zat vastgevroren, Nou is het. vuil er afgeschuimd

En komt de bloote grond te voren.

Maart heeft de korst al schoongespoeld En blaast er op om 't af te drogen;

Zijn eigen borst is blootgewoeld -

Daar gaat die knaap: - zijn donkre oogen,

Als vijvers waar een bloem in drijft

- Maar waar geen bodem is te schouwen

En 't wijze water doodstil blijft Kijken in ledige landouwen;

Sluiten