Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t MELANCHOLISCHE MONOLOOG 't Is triestig in den leegen morgen,

Ik heb het, geloof ik, verbruid, Alleen de Zon is zonder zorgen -

Lacht goedig de wereld wat uit.

Ai jij daarl rijke mooie moeder 1 Die je nooit aan 'n sterveling stoort,

Ik ben hier maar een arme loeder En moet door de wereld nog voort I

't Is maklijk om zoo'n Aard te maken, Je bent er licht binnen gerold, -

De vraag is hoe ze verder raken, Hoe 'n drommel de wereld doortoltl

Zie jij den boel beneê maar draaien, De kiekens maar al in de weer! -

Niewaar? jij denkt: - laat ze maar waaien, 't Komt toch altijd op 't zelfde neer!

't Is triestig in den leegen morgen - ■Jij daarboven! lach ze maar uit!

Met al er jammerlijke zorgen Gaat de wereld toch langzaam vooruit!

DE KREKELS EN DE WANDELAAR De dag ging heen, zonk eenzaam achter Een oude wijze vlier, De meiliedjes werden al zachter, De wei lag vol getier De kleine krekels riepen: Kom hier! kom hier! kom hier!

'k Sloop zachtjes door de bronzen wei,

Het zong er als een her, Ik hoorde 't - ik was heel dichtbij -

Dan zweeg 't - ik zag geen zier, -

Sluiten