Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En bij 't kleine witte huisje, En de groene knollen glommen — Maar daarboven was de hemel, En beneê was 't dunne koren, En daar verder was de heide En nog verder was de wereld 1

Binnenin was moeder mamme, En zij roerde door den pappot Met den grooten houten lepek En zij voerde 't vette varken, En het stille zwarte poesje, En het bijdehande hondje, En de kakelende kippen, En zij zong een heel mooi hedje, Doch het vette varken bromde - Maar daarboven was de hemel, En beneê was 't dunne koren, En daar verder was de heide En nog verder was de wereld l

Op het paardje zat het kindje, Zat het heele kleine kindje, Op het mooie houten paardje, En het schommelde op het paardje, En het aaide het zoete paardje, En het sloeg het stoute paardje, En het reed naar moeder mamme, En het reed naar vader pappe, En naar heele verre dingen - Maar daarboven was de hemel, En beneê was 't dunne koren, En daar verder was de heide En nog verder was de wereld 1

Doch in 't veldje stond de boeman, Stond de vogelenverschrikker,

Sluiten