Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En ik denk, en ik schrei even,

En ik voel mij alleen Langs mijn handen gaat het leven

StUlekens heen.

MORGENSTOND Buiten gaat de jonge morgen

Door de bevende beukenheg, Zijn glimlach vaagt al de zorgen

Van de blonde blaadjes weg.

Uit de ruischende koele toppen

Daalt het windje in stillen draf, Het wuift van al de knoppen

De dauwdroppels af.

Mijn hart hangt zoo diep gebogen -

O: te leven als een halm! Zoo gauw getroost - zoo zacht bewogen -

Zoo licht - zoo klein - zoo stil - zoo kalml

DE SLAPENDE ZWERVER Toen 's middags nog 't loof van de boomen,

En de aard nog, van de zon genoot, Hield ik mijn oogen niet meer wakker: Ik let rhij aan een stillen akker, Om daar te slapen en te droomen -

Als ééns, vroeger, aan moeders schoot.

De warme lichte hemel straalde

Nog heel de wijde wereld rond, En door mijn dichtgeloken oogen Zag 'k hoe hij bij mij stond gebogen, Hoe 'n glimlach tot mij nederdaalde -

Als ééns, vroeger, van moeders mond.

De bloemen gingen heen en weder, De slaperige zoele wind

Sluiten