Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En droomend zie 'k het dampend dal Door de' avondschemer heen: -

Daar is dezelfde heuvel waar

De zon vroeger verdween Daar zijn dezelfde dingen nog

Waarop zij vroeger scheen.

Dezelfde boome' en pade', - iets is

Toch anders dan voorheen Zij waren stiller - vreemder - of

Veranderde ik alleen?

Daar liep ik - en daar lag ik toen Daar klom ik overheen, Het lijkt zoolang - zoolang al - en 't Is toch niet lang geleên.

En langzaam, om mijn droomend hoofd,

Komen twee armen heen En 'k droom - en waak - en ach, ik weet

Niet of ik lach of ween.

En peinzend zie ik haar gelaat,

Dat buigt over mij heen En 'k zie haar aan, en weifel nog -

Ben ik niet meer alleen -?

DROOMEN

Mijn droomen in den laten morgen waren Als scheuren door Japansche zachte prenten,

Waar stroomen hefde doorgeloopen waren' Tot milde golven van Japansche zeeën,

Waar vrome eilande' in gelegen waren, Als platte bladen in gebedenboeken

Van glad geschilderd goud.

Sluiten