Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En de maan scheen in mijn hokje, Op de kleine beddetafek En het snoezige portretje En mijn briefje - aan 't portretje „Zegl vin jij juf ook zoo'n schepsel?" „Alle juffen vin ik spoken 1"

Ja - dat vond ik ook precies zoo - Pijnlijk: - dat vind 'k nou niet meerl

En die krekel bleef maar piepen, En de maan naar binnen kijken, Naar de stille witte waschkom, En naar 't potje - met permissie En de joggies ginnegapten En ze smoesde' een stiekem grapje -

OI dat dee 'k eens net als zullie - -

Pij dijk is dat alles toch!

HET GELUK Hoor: daar holt een paard in 't wild!

Hoor die doffe paardenhoeven, Hoor, de grond die dreunt en drilt

Door het klotsen van zijn kloeven Zoek hem, zoek hem allerwegen! Houd hem tegen, houd hem tegen!

Hoela hoela hoela beest -

Wie is dan je baas geweest?

Zie dat schimmelwitte paard 1 Zie die oogen als 't geflonker

Van de starren, en dien staart Als een witte pluim in 't donker -

Houd hem, houd hem, ga hem vangen!

Ga hem aan zijn haren hangen! Hoela hoela hoela beest Wie die witte paarden vreest!

Grijp hem met je handen, houd Je aan zijn wapperende manen 1

Sluiten