Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gaat hij ten onder: Een wapperend blad.

En zinkend uit het heden,

Dat hem begeeft, Zoekt hij 't verleden -

Dat nog wat leeft.

Welzalig zeker

Aan wier klein bestaan

Die bittre beker Is voorbijgegaan!

HERFSTAVOND De dagen worden donker kille dingen

En krimpen tot een vale vlek, Het zijn de vochte schemeringen Die 't wijde leven samendringen

Naar klein bestek.

Dit is 't seizoen der stilgeworden menschen,

Die bij den ijlen avonddamp Van 't groote leven niet meer wenschen Dan rondom zich de kleine grenzen

Der gouden lamp.

Dit is 't seizoen van die niet meer begeeren Dan de' oogst, dien hunne gaarde droeg, Die de ongewisse verte weren En zwijgend van hun venster keer en Zich zelf genoeg.

Dit is 't seizoen van wie als blanke halmen,

Gebogen bij hun stil gedacht, Versloten voor het avondwalmen, In heven hchtschijn blijven talmen - -

Tot aan den nacht.

Sluiten