Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En zwaarder slepend met heur last, Hield haar het meiske zwaarder vast Om niet te vallen.

Een laten dag het meiske zei: „Och moeder 't is te ver voor mij,

Rust gij niet even?" Ze zei: „Waar gindsche sterre staat, Daar is 't, de Duts zegt toch: het gaat

Thans om ons leven!"

„Och moeder" zei het meiske zacht, „Het zijn 41 sterren in den nacht Voor mijne oogen" -! Toen zeeg zij als een wankel lam Naast heure moeder neer - en kwam Niet meer omhooge.

Men droeg haar van den weg op zij En groef een graf, - de moeder lei

Daarop wat zoden, Zij vlocht een kranske inderhaast, Zij zette er een kruiske naast -

En het de doode.

Zij ging en drong het kleintje stijf Tegen haar mager moederlijf,

Nat van den regen; Zij zag niet meer de sterren staan Zij zag alleen haar voeten gaan

Langs 's Heeren wegen.

Doch eind'hjk kwam ze aan 't laatste end, Aan 't land, dat over haar ellend'

Zich zou erbarmen, Daar drukte zij haar stille wicht En lachte naar het hef gezicht

In hare armen. - -

Sluiten