Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijn oogskens waren wondergroot, Die zagen in den grooten dood

Oneindig verre Nog verder dan de verre vlucht, Nog hooger dan de hooge lucht

Vol duizend sterren!

BERKEN Lief zijt gij mij berkeboomen.

Uw wezen sierde immer mijn pad Uw bezielde gestalten omzoomen Mijn leven, als zooveel heflijke droomen,

Die ik heb gehad.

Door mijn leven ging het lichte gefluister

Van uw loof, en uw zilveren stam Zocht ik zoo vaak in het duister Zoo vaak zocht ik den stillen luister Van uw vrome vlam.

Door mijn leven ging de schaduw van uw loover

Op alle paden, die tot u gaan Schreef de dood zijn donker getoover Immer, immer stroomde daarover

Zijn zachte vermaan.

Wuif gij, wuif teedere twijgen!

Fluister gij uw zalige hed - Moog' eens uw goud op mij nederzijgen, Wanneer ik inga tot het eeuwige zwijgen

En het leven vliedt: -

Mocht eens - in een herfst - in het stralen Van de avondzon - gij van den dood

Mij uw laatste geheimen verhalen -

En dan al uw goud op mij dalen Als in Danaë's schoot!

Sluiten