Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bladz.

Berken 240

O tijd die komtl ... 241

De polder 243

De dood 244

De oude tuin 245

Bitter is de smaak van het

leven 246

Bloemen 247

Bladz.

Het venster 247

Het keerende lied . . . 248 Mijn hart heb ik gedragen 249

Alleen! 250

In 't herfstbosch . . . 251

Herfsttij 252

Schemerliedje 252

Winter. . . .\. . . . 253

DE TORS

EERSTE ZANG. Voorzang 257

TWEEDE ZANG. De mensch 261

DERDE ZANG. De vrouw 265

VIERDE- ZANG. Het paar 269

VIJFDE ZANG. Hemelvaart 273

ZESDE ZANG. Weerkeer 277

ZEVENDE ZANG. Ontwaking 281

GEVLEUGELDE SPREUKEN

Inleiding door Carel Scharten 289

Zooals de leeuwerik 291

DEN KUNSTENAARS

Gij zult het middel zijn 291

Gij zult niet kleinmoedig zijn 291

Gij zult arbeidzaam zijn 291

Gij zult u zelve zijn. 292

Gij zult scheppen 292

Gij zult niet afwachten 292

Gij zult niet verzaken 293

Gij zult niet luisteren naar wie u verloochenen 293

Gij zult edel zijn. 293

Gij zult bedachtzaam zijn 293

Gij zult niet aflaten 294

Gij zult ook het groote durven 294

Gij zult geen valsche wisselaar zijn 294

Gij zult uwe gaven ontginnen 295

Gij zult de naakten kleeden 295

Gij zult ook bouwen aan u zelve 295

A. v. S. Gedichten. 2de druk 20

Sluiten