Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Naar Gods gril

Zouden leeuwen, valken, havikken en gieren Het grasveld grazen. Zouden mensch en geit en lam en duif, Naar Gods gril,

Roekeloos roofzuchtigen, vleesch verscheuren. Dit vermag God, zoo Hij wil.

Hij kan den vloedstroom in twee helften kerven,

Sneeuwgebergten planten op de vlakte,

Een beek doen fonkelen door de woestenij,

Al naar Zijn gril.

Dit vermag Hij, zoo Hij wil.

De worm wordt op Zijn woord een driftige draak,

Een dreunend leger tot een hoopje stof.

Het zou mij niet verwonderen zoo Eenmaal het menschdom leefde als dieren, Al naar den gril des hoogsten God.

Sluiten