Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat tegen de meter tusschen de gebeden van den pastoor in. Toen is het uiteinde van den priesterlijken stool op het schruwende keind gelegd en zoo is het binnengedragen in de kerk naar den doopvont. De doopvont, waarin het water is, was versierd mee een beeldengroep: Christus mee zijnen blooten rug ondergaat den doop uit de handen van Johannes den Dooper. 't Is schoon om te zien. Johannes den Dooper heeft 'nen prachtigen baard van stijve krullen, hij draagt zijn kemelharen kleed, en het water vloeit in zijnen steenen stilstand zilveren geschilderd stijf van de geheven hand van Johannes naar het hoofd van Jezus Christus. Op den drempel van de doopkapel zegt pastoor Bartels: ik bezweer u welke onreine geest gij ook zijt, in den naam van God den almachtigen Vader en in den naam van Jezus Christus zijnen zoon onzen Heer en rechter en in de kracht van den heiligen Geest, dat gij heengaat van dit schepsel Gods Maria Magdalena. En de pastoor opent het oor van Maria Magdalena. En opent de neus van het keind toe zoeten geur. En de doopeling verzaakt den duivel en al zijn werken en al zijn ij delheden. De pastoor heeft ten laatste zijnen paarsen stool afgelegd en eenen witten omgeslagen als hij over het luide schruwende kind, dat in de armen van Marie van Dinther boven den doopvont gehouden wordt, driemaal het water vloeien doet, en, terwijl het kinderkeeltje naar de verte der kerk verhelmt, zegt de pastoor: Ego te baptiso in nomine patris et filii et spiritus sancti.

Amen, zee Jan Olie. —Den koster stiet hem aan en zee:

Sluiten