Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

frouw stond voor al die banken en ze praatte tot de keinder. Zij klapte in de handen en ze leej den vinger op den mond. Dan moesten ze allemaal heel stil zijn. Een klomp viel en de juffrouw vroeg: wie doet dat daar? Marieke had schrik van de juffrouw mee d'ren langen, bruinen japon, d'r dikke neus en d'ren grooten bril. Maar somtijds dan was alles pleizierig. Dan vertelde de juffrouw een schoon spreuk. De kinderen zaten allemaal stil als muiskes te luisteren. Er viel geenen eenen klomp. Ze hadden rooje wangen en open mondjes.

—De zomer kwam, en de hitte. Zij trokken door den dag, de keinder, mee d'r schortjes en blauwgestreepte bloesen en mee de gezichten rood, gesproet, en warm van de hitte. Zij trokken de peel uit langs de korenakkers. Zij trokken de halmen en de jongens maakten daar fluitjes uit. Da's heel handig. Ge breekt de halm toe kleine stukjes. In zoo'n stukje bijt ge aan den eenen kant een open kerfje. Dan blaasde ge er op. Da gaf in de korte en lange fluitjes allerhande tonen, een geluid, dat langs het warme hooge koren klonk. En de durskes plukten de korenbloemen en vlochten er kroontjes van. Zoo trokken ze door 't rulle zand, dat stoof en pofte en boven het koren in de hitte en boven den zandweg hongen groote vliegen te brommen mee een geluid, dat dicht bij oe ooren kwam en weer wegtrok. In de school stonden nu de ramen open. In de boomen op de speelplaats daar fladderden de musschen, de jongens keken en hoopten de musschen te vangen in de klem, die ze in 't zand hadden gezet mee een korstje brood op 't stekske gesteken.

Sluiten