Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder de zware aren, en de boeren 't gingen maaien, toen was het, dat Simon Wijnands voorgoed thuis kwam. Nou kon ie zijn soldaten-dingen aan den kant hangen en zijn werk hervatten, zijn werk mee zijn tuig in de peel. Dat kon hij. Dat was aardig, dat hervatten van dit leven. Hij stond er in den herd, 'nen vreemde van de reis, die van nou af aan weer thuis bleef, da's een ongewoon dinge, ook voor de vrouw en de keinder. Nee Simon had nou niks aparts meer. Hij was in zijn boks van turksch leer en in zijn blokken, hij had zijnen blauwen kiel met witte knoopen aan en stond er in den herd, veranderd weer getreden in den weg, die de zijne was. Simon rookte zijn pijp, de rook sidderde en spiraalde en hong in de zon, de geur van de zomer en 't geluid van de vliegen da was in den herd. En 't kraaien van eenen haan tegen de verre vlam van de hooge zon, da was iel in den herd. Toen Simon zoonen dag was thuisgekomen had hij weinige woorden gezeed. Zijn vrouw was bij hem en keek naar hem. Er streek natuurlijk wel iets langs haar hart. Het leven heeft in de diepte zijn stem zonder geluid. God zegene ou en de keinder en mij, da zee het dankbare hart van Simon Wijnands zijn vrouw.

En Simon Wijnands dee zijn werk weer. Hij was aan

zijnen arbeid teruggeschonken. Het deed hem goed als hij op de vlakke wegen die over de stijgende vlakte zich langs den hoogen einder bogen, de dokkerende trage klotkarren tegen kwam, die den klot wegvoeren uit de peel. Het bruine bünkende paard liep traag mee 't gebel van de schellen in zijnen haam, het

Sluiten