Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

twee oogen dicht en wees blind den weg. Jan Oüe gong toen met de twee militaire poüties mee, den langen nachtelijken tocht naar 't dorp. Zijnen naam wier opgeschreven en wanneer hij geboren was en waar hij krek woonde. En van zijn beroep was hij oliekoopman. Toen kost ie naar huis gaan. Hij zou er meer van hooren.

Hij hoorde er meer van. Hij moest naar de Remund-

sche rechtbank op eenen goejen dag. Hij dee er in den vroegen morgen heen mee den trein. Toen kwam hij voor 't gerecht. Hij zat eerst te wachten buiten de rechtszaal in de breede gang van het gebouw, daar zat hij op een bank tegen den muur, mee d'anderen, die er kwamen vandaag. Eerst moest hij nog een paar keer naar binnen om te getuigen tegen de smokkelaars en den commies die geattrapeerd was. Jan Oüe zou daarbij de waarheid zeggen en niets dan de waarheid. Zoo waarlijk helpe mij God allemachtig. Dat had Jan Oüe gezeed, vóór hij begon, en hij had de twee voorste vingers van zijn rechterhand omhoog gestoken. Hij stond hier nietig in de vreemde en hooge omgeving, klein onder de heeren met hun onbegrijpeüjke en gewichtige kleeding, het zwart als van wijde japonnen met hier en daar wat wits, en met hun muts, en zij spraken schoon en indrukwekkend mee diepe stem. Wat moeste ge hier zeggen? Wat moeste ge hier getuigen? Een vreemd gebeuren, dat zich hier voltrok, schoof langs Jan Oüe heen. Als hij zee: ik weet het niet, ik weet het niet, dan schruwde het toch van pijn een bietje in zijn geknepen ziel. We liegen geen van

Het Donkere Licht

7

Sluiten