Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de zekerheid, die weelde nooit te hebben, nooit en nooit. Maar voor de diepe ruimte van al deze blijde en warme kleuren op de vluchtige ghmming van de groote spiegelruit vlak voor het oog, daar lag de beweging weerkaatst en flitsten de lichten en de stroom voorbij. Marie draaide zijn eigen om en keek in de donkerder straat. Naar het ücht toe doken telkens gezichten op naar haar, gezichten van vrouwen en mannen, de lach üchtte erin aan en ging snel voorbij, de ernst en de zorg onder een gedoken hoed gingen langs in het hcht, de domheid en de üefde, in elk gezicht een leven, om alle schouders een verleden en voor ieder oog een toekomst. Het trok in drommen voort in stilte en mee de luidruchtigheid van scheüe woorden. En achter dien stroom van gaande en slenterende menschen lag het midden van de straat, daar waren het de immer aandrijvende auto's mee hun groote oogen van verblindende klaarte, stil op hun vlugge wielen, mee de ghmmingen van de üchtweerkaatsing in ruiten en gelakte carosserieën en den plotsehngen roep van de signalen. Ze zag allerhande auto's en mee aüerhande menschen erin, eenen mijnheer alleen, een dame aüeen, een heel gezelschap in 't binnenste onder 't bleeke hcht van een plafondlampje. Er reed een groote wagen voorbij, daar zat een man in mee ernstigen en geheven kop en strakke armen achter het stuurrad, en naast hem een mooie, lachende vrouw, die een kindje in haar armen in 't voorbijgaan snel kuste. Marie zag dit komen, dit stroomen, mee onderbrekingen, mee stremmingen van de vaart en zachtaan weer sneüer gaan na veel en luidruchtig getoeter.

Sluiten