Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wilgeboom en stond voor den durpel. In den herd was het weeral de angst, de diepe en kloppende angst voor haar ouders, die bij de bronolielamp waren op gebleven, om op haar te wachten. Het wier wee in haren mond vlak bij de keel, een vrees voor breken, breken, neerstorten, waarin zij in dit droevige uur van den laten avond ineens bloot in haar schande voor vaders en moeders zou staan. Zij zweeg en het vaders kijven en hoorde moeders verdriet. Een woord, een kleinigheid, de aandacht van moeders zou haar wreede en verschrikkelijke geheim bekend maken. Zij doorleed in haar zwijgen iedere minuut en voelde bij iederen bhk, bij ieder woord, bij elke nadering haar bange bloed golven naar haar hoofd. Het tikken van de klok martelde haar, ieder geluid was een pijn, als vader of moeder iets vroeg dan prikkelde het haar toe zwijgen en de herhaling der vraag kon haar opwinden toe kwaadheid en smart, waarin ze met de vuisten tegen den muur had willen slaan uit razernij. In de stilte daarna stormde het weer aan, het verlamde haar bloed, neep haar keel dicht, het gehamer van haar hart sloeg haar zoo, dat ze zich vastgrijpen moest aan stoel en tafel, om niet languit in den herd neer te storten. —De nacht wier doorwaakt in het kleine bed. Zij deed haar keus voor het eene kwaad en het andere, ze schreeuwde in de stomheid van haar mond, dat ze 't niet wou, en nooit in d'r eeuwigheid zou doen. Mijn God, het gaf haar geen kracht. Als een steen sloeg in haar ziel de schrik voor vaders en moeders en de noodzaak hun dit verdriet te besparen, dat ze niet weten zouden, hoe het met hun dochter gesteld was.

Het Donkere Licht

11

Sluiten