Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij besliste niet, dien morgen niet en de volgende dagen niet. Zij liet over zich beslissen. Voor al den harden aandrang, die haar duwde, hield ze de lippen stijf opeengesloten en schudde ja en neen met het hoofd in een overgave, die ten laatste, na al de dagen, tot den dood bereid was. De dood, die als een geluk komen zou, indien ze onderging wat men van haar wilde. Zij was zich dit niet scherp en duidelijk bewust, ze had maar Weinige woorden voor haar gedachten. Het was in haar gemoed en in haar hoofd en in haar vleesch een dooreenvloeien van wanhoop en angsten en vüjmende pijnen en eindelijk, als een hond onder de slagen die hij voelt en niet begrijpt, kroop ze ineen en lei zich neer en beloofde mee schruwenden mond, die de woorden niet meer zeggen kon, dat ze 't doen zou en naar de verre stad zou gaan.

Op de fabriek vroeg ze een dag vrij. Ze hadden de

reis voor haar op een briefke geschreven en in de verre stad, waar zij heen moest, zou ze aan het station worden afgehaald en weggebracht. Zij ging in den middag naar het station en ging in den trein naar de andere richting, waarin zij nooit was geweest en vertrok door streken, die ze van z'n leven niet had gezien. Al die nieuwe en ongekende namen van stations, de breede rivieren en hooge bruggen, de wintersche dijken en weilanden en de schemeringen van den dag, het wier een reizen in een wereld, waarvan de peel en het huis van vader en moeder in den tijd zoo diep en klein veraf waren, een wereld waarin zij zonder willen en beweging verdoold vaarde in een vrijheid die ze ten

Sluiten