Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laatste met een paar woorden voor zich had genomen. Zij zat, koud in haar kleeren, maar zwijgende mee één en dezelfde uitdrukking op haar vertrokken en vermagerde gezicht: de hoeken van den mond hingen neer, de oogen stonden voortdurend stil, de schrale huid zat blauw over het scherpe jukbeen gespannen. Zij was nu moe, moe in haar rug, moe in haar lenden, ze hing, neergezakt, neergevallen, moe neer aan de krachten, die mee zooveel en lange zeer in haar gebroken waren, ze was moe in haar zware voeten, moe in haar hoofd, waar een hoofdpijn mee knijptangen neep, zij was moe diep in haar ziel en in haar geslagen wil en moe in haar bangen schoot. De avond viel snel, aan de stations kwamen en gingen menschen in en uit de coupé. Zij vertoefden en spraken in een andere wereld, waartoe Marie mee haar oogen en ooren niet doordringen kon. Zij zat in zichzelve gekeerd en in de vermoeidheid onder den verpletterenden slag van haar angsten, de vreemde en verre reis lang.

—Toen ze versuft en wezenloos uit den trein de guurder kou in stapte, werd ze van alle kanten besprongen door daverende en duistere rumoeren, kreten die helmden en ver-echoden onder wijde en donkere overkappingen. Daar was in dat donker en 't hcht van hooge lampen, die ze in rijen zag de glimming van hel koper aan locomotieven, weerspiegeling in de portieren van treinen, en er Was geloop, geloop, gedraaf van menschen die zich wrongen door elkander heen in twee stroomen, menschen op reis, menschen

Sluiten