Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mee overjassen en pakjes en koffertjes, dames en kinderen in hun jasjes en menschen, die tusschendoor zware koffers droegen en een witte kiel aan hadden.Het schuifelde en 't hep langs en rontelom haar en zij stond er verwezen en verdoold in, klein en verkommerd mee de tranen, die ze niet schreien kon, als een stroomrond haar hart. Zoo vluchtte ze van haar eenen grooten angst van het leven dat in haar ontstaan was naar den anderen, schrijnenden en snijdenden angst van de duistere macht die haar leven vandaag dooden zou. Ze zag onder de bekende petten de bekende gezichten ineens als een nieuwen schrik neven haar mee oogen die naar haar loerden, mee handen die naar haar tastten. Zij schreeuwde niet om hulp. Ze het haar armen nemen en zich in 't gedrang meetrekken langs de diepte van eenen trap naar een wijen kelder, een trap, waarlangs als een golfstroom een menschendrom naar beneden drong. Toen kwam ze in een verlichte, overvolle, diepe gang en zag de ruggen en de hoofden in de deining van het drukke gaan. Zij zag lampen lichten en den vasten, klaren schijn van vele reclametransparanten, reclame voor sigaren, voor likeuren, voor glaswerk, voor zeep en parfumerieën. Langs heldere loketten, mee beambten er in, kwam ze door open deuren het hcht van de avondstad tegemoet en hep een breed plein over. Op haar gezicht voelde ze even de aanraking van een paar wilde en verdoolde sneeuwvlokken. Automobielen suisden voorbij mee felle lichten hel speitend in de speling van de sneeuw die wit danste voor den kring van dezen vluchtigen en snellen schijn. En trams reden weg mee vele

Sluiten