Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als hij bedreigd wordt met de oprichting van een filiaal eener groote maatschappij *), zullen ook wel het deel geweest zijn van haar eigen familie, om in den concurrentie-strijd niet onder te gaan, maar „het huisje bij de schuur te houden".

En alles werkte er toe mee, een somberen kijk op het leven te krijgen, vooral ook haar Calvinistische omgeving, waar men zoo bevreesd is „der wereld gelijkvormig te worden", waar alles overgoten wordt met de bittere saus van sombere levenstheorieën, waar een Zondag vaak een bron wordt van grenzenlooze verveling.

En reeds in het kind — het „domme" kind, waar niemand bijzondere notitie van nam — ontstond het groote zielsconflict: de strijd tusschen schijn en wezen.

In de Kerk, de saamhoorigheid als Gods gemeente, hoorde zij godzalige liederen zingen, en thuis — na den Kerkdienst — de ruzies over de preek, critiek op Dominé, „die knoeit met de uitverkiezing, die prutst met de rechtvaardigmaking, die omkonkelt in de heiligmaking en die aan de hongerige kindertjes onthoudt het voedzame brood."') Het is de sfeer waar Dommelen ouderlingen doen, alsof ze alles weten

•) Sterke Webben, blz. 177. *i Sterke Webben, bh. 82.

Sluiten