Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zieltje, dat er toch ook nog een andere wereld moet zijn, een wereld waar geluk moet wezen, „een land-van-de-verte, nee, de hemel is 't nog niet, 't is op de aarde je kan er niet schelden of mopperen en de menschen lachen elkaar niet uit en je mag het ook niet oneens wezen over de preek.... en scholen en meesters zijn er niet...."

En dan beschrijft ze haar thuiskomst.

Er is juist huisbezoek, de Dominé en de ouderling ondervragen Vader, in een naarstig gesprek, over den staat van zijn ziel.

— Plotseling, in een stilte, duwt Moeder haar zacht vooruit naar Dominé. En vaag denkt het kind: „De laatste keer op de catechisatie.... wat wist ik toen ook weer niet?"

„Zoo?", vraagt Dominé afgetrokken, „uit school?, flink geleerd?"

Het kind kan meestal met een glimlach toe, maar nu is ze haar glimlach kwijt, ja, haar glimlach is weg, nee, niet weg, maar „stukkend".

„Ze kan niet zoo goed meekomen als de anderen," merkt Dominé op.

En het kind haar lippen trekken zoo raar... En dat is haast om niet te gelooven, maar er rollen heete tranen over haar hart heen.

„Achterlijk?", vraagt de ouderling.

Sluiten