Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geldbulk, die rijk was geworden door het visschen op de Lutine — het goudschip dat in den Franschen tijd zonk op de Terscheüinger buiten-gronden, en dat zoo'n groote rol gespeeld heeft in de fantasie der Zuiderzee-bevoDring — dikke Fenne, die een amusement voor het buurtje was in haar eeuwige vrijages, en die in haar verlovingstijd van Hannes Hippeling een „bloot-enkele" strootjes-bokking kreeg — en die was nog wel schimmelig aan zijn buik! — de stoere Bart Helmers en zijn vrome moedertje, de berustende ouë Tijm en zijn opstandige jongen.

Hier ontmoette de schrijfster ouë mannetjes en vrouwtjes, die zoo erg op een praatje gesteld zijn, die zoo gaarne vertellen hoe het was „vante-veuren", toen zij nog jong waren, die de mysterieuze geschiedenissen opdisschen zooals die voorkomen in Grillige Schaduwen.

Hier leefden ook de griezel-figuren: Peet Freimen, die aan bezetenheid leed, en Miet Selderie, de kol, die weer een groote gelijkenis vertoont met Vrouwtje Slof uit De ontmoetingen van Rieuwertje Brand.

Vrouwtje Slof werkte in haar voorliefde voor katten — en in het bijzonder voor zwarte katten! — wel erg uitdagend op de bijgeloovige ideeën der buurtjes-menschen.

Sluiten