Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar nu zij dit niet deed, en eerst met haar tooneelspel voor den dag kwam, goten de critici de fiolen van hun minachting over haar hoofd uit.

Deze alwetende pers-mannen, die van het Eiland en de Eilandsche bevolking ongeveer evenveel afweten als de binnenlandsche en buitenlandsche éen-uurs-toeristen — men „doet" namelijk bij voorkeur Marken èn Volendam tegelijk en dan wordt het reppen om de boot te halen die ongeduldig in de Marker-haven ligt te fluiten! — schreven in hun verwoede critieken over dit tooneelstuk dat de vrekkige Pieter Schipper een onbestaanbaar mensch was — griezelig overdreven. Zulke menschen woonden er natuurlijk niet op het Eiland.

Wat zou het baten zoo de schrijfster verzekerde dat hij wel bestond en een uit velen was?

De critici dachten ook, dat het „Prinsesje" niet bestond. Een Eilandsche vrouw die zich poedert, en steppen kan, en Engelsch spreekt, en het over een nieuw-Edison heeft!

En toch woonde ze daar, ondanks de grappig-stellige verzekeringen dezer „deskundigen".

Hier had M. J. Brusse, de auteur van Op het Eiland, kunnen spreken.

Maar hij zweeg.

Sluiten