Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moet u 's kijken, die roode azalea.... hebben wij pas gekregen. Er werd op een avond aan de bel gerukt.... en daar stond de azalea op de stoep! En dit is een cadeau van onze aannemelingen — een bijzet-tafeltje met een tinnen beker. Dan brengt een jong meisje een bos veldbloemen, als een lentegroet.... „Zelf geplukt!" En een heel arm vrouwtje gaf mijn man als iets kostbaars een stukje toiletzeep mee. „Dat was nu eens iets voor Mevrouw!"

Wij wandelen in den avond door de dorpsstraat, met het kleine kerkje en de kleine dorpshuizen.

Er worden groeten gewisseld naar alle kanten.

En nu denk ik onwillekeurig weer aan haar nieuwen roman, „De domineesvrouw van Blankenheim".

„Nu, u zult die domineesvrouw wel goed kennen?" Zij glimlacht.

„En zullen de menschen hiér het niet akelig vinden, nu ze weten, dat u over hen schrijft?"

Maar zij schudt het hoofd. „Ik schrijf niet over hier! Blankenheim kan in Friesland zijn, of in Groningen...."

„Maar de Dominé?", visch ik dan toch nog.

„Och," glimlacht zij terechtwijzend, „ga toch niet uitzoeken wie deze is en wie die, dit is een

Sluiten