Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In onze dagen dient zich echter opnieuw een kentering in zake de kenhouding aan, een kentering, die na het „zurück zu Kant" weer meer en bezonnen tot het realisme neigt. Roemde Kant zelf in de voorrede tot den tweeden druk van de „Kritik der reinen Vernunft," dat hij de boven aangeduide Kopernikaansche omkeering had bewerkt, Wilhelm von Schnehen in zijn „Ed. von Hartmann"4) merkt op: „Mitviel grösserem Recht könnte sich Hartmann mit Kopernikus vergleichen. Denn wenn er den bewussten Geist aus dem Mittelpunkt der Welt hinausrückt an deren Oberflache und hier als vergangliche Erscheinung urn die ewige, lebensspendende Sonne des unbewusst-schaffenden All-Geistes6) kreisenlasst,dann ist das in der Tat auf geistigem Gebiete das rechte Seitenstück zu der Tat des Kopernikus auf dem Gebiete der Naturerkenntnis." Maar niet alleen in Von Hartmann's „transcendentaal realisme," dat tegenover allerlei nieuwere pogingen de oudste rechten heeft, daagt de realistisch geaccentueerde kenhouding. Ook voorts dient deze zich al meerder aan, o.a. in de op de laatste „Tagung" der „Kant-Gesellschaft" te Halle gehouden voordracht van Nicolai Hartmann „ZumProblem der Realitatsgegebenheit", met

Sluiten